Koningslori
Eos cyanogenia (Bonaparte 1850)
Vogel: Gert van Dooren
Foto: Margo van Dooren
Wordt gevonden op de eilanden Biak, Numfor, Manim, Meos Num en Supiori. De koningsloris hebben veel rood in het verenkleed evenals de overige familieleden van de Eos familie. De Eos soorten zijn erg populair mede door het vele rood. Daarnaast wordt dat rood vaak opgesierd met fel blauwe of zwarte strepen of vlekken. Het zijn wel vogels die “aardig” lawaai kunnen produceren maar vaak ligt er dit ook aan welke andere vogels langs deze vogels zitten. Koningsloris zijn een van de moeilijkste soorten om mee te kweken. Het aantal Koningsloris in gevangenschap loopt dan ook snel terug. Mannen van de Koningslori kunnen ontzettend agressief zijn ten opzichte van de verzorger maar ook tegen hun eigen popje. Deze agressiviteit loopt tijdens het broedrijp worden hoog op. Mede hierdoor valt met deze soort moeilijk te kweken. De Engelse naam is Black winged lory, vertaalt betekend dit zwartvleugel lori, deze naam wordt soms gebruikt in Nederland. Volgens Bishop 1986 (Forshaw, parrots of the world) was de soort veel voorkomend en wijdverspreid op Biak en Supiori, maar bijna onbekend op Numfor (waar het primaire woud bijna compleet is weggekapt) en op Manin. Op Biak in 1991 Thomas Arndt beschreef ze als makkelijk te observeren in kokospalmen langs de kust. De totale populatie wordt geschat op minder dan 5000 vogels.
